SHAKESPEARE IN NEDERLAND

En hoe zit het met de kinderen?

 

Gerda Moesbergen

Tijdens mijn onderzoek naar de mogelijkheden die er zijn voor kinderen in Nederland om kennis te maken met de werken van Shakespeare, kwam ik tot de ontdekking dat er veel geschreven is over het aantal bewerkingen van klassieke stukken voor kinderen en de verschillende beweegredenen die hierbij een rol hebben gespeeld, maar dat er nauwelijks aandacht is besteed aan het analyseren van de wijze waarop de stukken in kwestie zijn bewerkt. In Shakespeare in Nederland (Zutphen: De Walburg Pers, 1988), dat nog steeds als het onbetwiste standaardwerk geldt over de receptie van de toneelschrijver in ons land, besteedt Robert Leek geen aandacht aan de vele adaptaties van Shakespeare voor kinderen. Ook Rob Erenstein c.s. negeren het onderwerp in Een theatergeschiedenis der Nederlanden (Amsterdam: Amsterdam UP, 1996).

Om meer te weten te komen over de verschillende adaptaties, heb ik allereerst aan de hand van informatie van het Theaterinstituut Nederland in Amsterdam een lijst samengesteld met Shakespeare-bewerkingen bestemd voor kinderen. Deze lijst bleek begin 1996 al bijna dertig stukken te bevatten. Omdat ik mij in mijn onderzoek tot twee toneelstukken wilde beperken en ik gekozen had voor The Tempest en Romeo and Juliet, heb ik contact gezocht met de zes verschillende theatergezelschappen die deze stukken op de planken hadden gebracht. Zo kwam ik in contact met onder meer de begaafde poppenspeler Fred Delfgaauw, die in 1985 als eerste The Tempest voor kinderen had bewerkt (onder de titel Weg van de Waan), en met Liesbeth Coltof, artistiek leider van jeugdtheatergezelschap Huis aan de Amstel. Dit gezelschap heeft als enige een bewerking van Shakespeare's Romeo and Juliet geproduceerd, een bewerking die in 1995 onder de titel Een kleine Romeo en Julia werd opgevoerd. Zowel Delfgaauw als Coltof bleken uitgesproken ideeŽn te hebben met betrekking tot het bewerken van klassieke stukken met kinderen als doelgroep. Beiden waren zij van mening dat er geen elementen uit de stukken moeten worden weggelaten omdat die om welke reden dan ook niet geschikt zouden zijn voor kinderen. In een interview dat ik met Delfgaauw had, zei deze: "Ik vraag me niet af wat wel of wat niet kan. Ik vraag me in eerste instantie af of datgene wat ik wil doen dramatisch noodzakelijk is [...]. In principe kan alles voor kinderen."

Door de gesprekken die ik had met Fred Delfgaauw en Liesbeth Coltof heb ik veel informatie gekregen over het bewerken van Shakespeare voor kinderen, en ben ik in mijn overtuiging gesterkt dat er nog een grote hoeveelheid materiaal bestaat dat de moeite waard is om bestudeerd te worden teneinde een vollediger beeld te krijgen van de Shakespeare-receptie in Nederland. Juist door het bewerken van toneelstukken voor het Nederlandse jeudtheater komen kinderen steeds vroeger in aanraking met de rijkdom die er is aan klassieke werken. Het lijdt, denk ik, geen twijfel dat wanneer de wetenschap zich meer voor deze unieke theateractiviteit voor kinderen gaat interesseren, er ook veel vragen beantwoord kunnen gaan worden omtrent het theatergedrag van volwassenen.

 

Terug naar de nederlandstalige overzichtspagina

Back to the English home page

Back to the Table of Contents of Folio